Uitleg
Een KPI maakt een doel concreet en toetsbaar. Bij het doel veiliger werken kun je kijken naar het aantal ongevallen, het aantal uitgevoerde LMRA's of de doorlooptijd van acties. Per KPI leg je vast wat je meet, hoe vaak, wie dat doet en wat de streefwaarde is.
Er zijn voorlopende KPI's (leading), die vooruit wijzen, zoals het aantal toolboxen of inspecties, en achterlopende (lagging), die resultaat meten, zoals het LTIF. Een mix is zinvol: alleen achteraf meten laat je te laat bijsturen, alleen activiteiten meten zegt weinig over het resultaat.
Een KPI is iets anders dan een doelstelling. Het doel zegt wat je wilt bereiken, de KPI laat zien hoe ver je bent. Houd de set klein en relevant: veel meetpunten maken rapporteren zwaar zonder dat je beter stuurt. Bespreek de uitkomsten regelmatig, bijvoorbeeld in de directiebeoordeling.
Voorbeeld uit de praktijk
Een aannemer streeft naar snellere opvolging van meldingen en gebruikt als KPI het percentage acties dat binnen de afgesproken termijn is afgerond. Elk kwartaal staat de uitkomst op de agenda van het managementoverleg.
© 2026 BrydgeOne. Algemene informatie, geen juridisch of ander professioneel advies. Aan deze uitleg kunnen geen rechten worden ontleend.
